Zin in de ouderdom?
In 2017 werd de bekende presentator Koos Postema geïnterviewd door Jeroen Pauw. Er was afgesproken dat het interview pas uitgezonden zou worden na het overlijden van Postema. Afgelopen week, 9 jaar later, was het zover en in de avondlijke uren keek en luisterde ik naar Het Laatste Woord, want zo heette het programma, waarin Postema aan de tand werd gevoeld.
Nu kun je je vraagtekens zetten bij de aanpak van dit programma, het heeft toch iets weg van over je graf heen de achterblijvers toespreken, maar in geval van de Rotterdammer Postema was het nuchterheid troef.
Toen ik vanmorgen in de krant een foto van de bordesscene van de kersvers aangetreden regering Jetten zag, moest ik opeens aan dat interview terugdenken. “Het zijn tegenwoordig allemaal van die jonkies, dertigers en veertigers die maar net komen kijken” merkte hij sprekend over de regering op. “Heel anders dan in mijn tijd. Toen waren de volksvertegenwoordigers nog dames en heren van zekere leeftijd en gewicht, die je met ‘u’ aansprak en waarvoor je respect had.” Hij liet verder in het midden wat hij van die ‘verjonging’ vond, maar het antwoord liet zich wel zo’n beetje raden.
Ik moet het toegeven. Bij het zien van die bordesfoto met de nieuw aangetreden ministersploeg merkte ik bij mezelf ook een zekere scepsis op. Zie ze nu nog stralend lachen, vol goede moed en wil zijn -en dat zij ze van harte gegund-, maar kom eens over een jaartje om te zien wat van dat aanvankelijk enthousiasme is overgebleven. Is het de ouderdom die hier sprak? Het ‘I have seen it all’ van mijn 60 plus jaren? Moet ik me zorgen gaan maken over mijn ‘ouwelijk’ gemopper?
Toen ik nog niet zo lang bij onze Wolweverkerk werkte, stelde een gemeentelid voor om een gesprekskring over het ouder worden/zijn te houden. Dat leek me een goed plan, gelet ook op de gemiddelde leeftijd van onze leden en vrienden. Maar nu die gesprekskring inmiddels aangekondigd staat, loopt het niet bepaald storm met de aanmeldingen. En als ik het onderwerp ‘ouderdom’ elders ter sprake ben, bespeur ik heel weinig enthousiasme om het daarover te hebben. Hoe komt dat toch vraag ik me af? Een praatgrage mevrouw op leeftijd die ik ernaar vroeg gaf als antwoord: “Oud zijn is al erg genoeg, daarover nog eens gaan praten maakt het er niet leuker of beter op.” Zit het dan zo? Is er dan niets meer over te zeggen dan aftakeling, inleveren en verlies. Dat kan toch niet zo zijn!
Ik stelde de vraag (Waarom vinden mensen het lastig om over het ouder worden/zijn te praten?) dus maar eens aan Chat GPT die altijd bereid is om met je mee te denken. Leest u het antwoord even mee?
Over ouder worden praten is voor veel mensen lastig – en dat is heel begrijpelijk. Er spelen vaak meerdere lagen tegelijk mee: 1. Het confronteert ons met sterfelijkheid Ouder worden herinnert ons eraan dat het leven eindig is. Dat roept existentiële vragen op: Heb ik mijn leven goed geleefd? Wat komt er nog? Wat laat ik achter? Veel mensen vermijden zulke gedachten omdat ze kwetsbaar en spannend zijn.
2. Onze cultuur waardeert jeugd boven ouderdom In veel Westerse samenlevingen worden jeugdigheid, schoonheid en productiviteit sterk benadrukt. Rimpels, lichamelijke veranderingen of minder energie worden soms gezien als “verlies”. Dat kan schaamte of onzekerheid oproepen, waardoor het onderwerp gevoelig wordt.
3. Verlieservaringen stapelen zich op Ouder worden kan betekenen: afscheid nemen van ouders of vrienden, fysieke achteruitgang, veranderingen in werk of rol in de samenleving. Daarover praten betekent soms ook rouwen.
4. Identiteit verandert We bouwen ons zelfbeeld vaak rond rollen: ouder, professional, partner, sporter. Als die veranderen of wegvallen, kan dat voelen alsof een deel van jezelf verschuift. Dat is niet altijd makkelijk onder woorden te brengen.
5. Generatieverschillen Jongere mensen willen soms niet nadenken over ouder worden. Oudere mensen voelen zich soms niet gehoord of gereduceerd tot hun leeftijd. Dat maakt het gesprek ongemakkelijk.
