Pelgrimsdeur
Door Anja van de Poppe
‘Zie ik sta aan de deur en ik klop’
Openbaring 3:20
Als geslagen honden dropen we af. De zaalwachter van de Amersfoortse bioscoop ‘De Lieve
Vrouw’ was onverbiddelijk: een kwartier te laat voor de voorstelling, dat betekende dat we
de filmzaal niet meer in mochten. Dat was veel te storend voor het aanwezige publiek.
We probeerden hem nog te vermurwen met te wijzen op de wegomleggingen rond
Amersfoort, de lange files, het feit dat het voorprogramma waarschijnlijk nog niet was
afgelopen, maar het was praten tegen dovemans oren. We kwamen er niet meer in. Basta!
Uitgeput van al dat haasten en gedoe zegen we maar neer op een nabijgelegen terras dat
uitzicht bood op de toren van Onze Lieve Vrouwe. En hoewel ik daar toch geregeld heb
rondgelopen, viel mij nu pas de bijzondere deur van de Lange Jan op, want zo wordt de
toren in de volksmond genoemd. Ook deze indrukwekkende deur leek hermetisch gesloten,
net zoals de deur van bioscoopzaal. Het had er alle schijn van dat dit een zondag zou worden
van gesloten deuren, maar ik vergiste me. Want op die imposante deur stond Maria
afgebeeld, mantelmadonna Maria, uitnodigend en verwelkomend als altijd. Abstract
gebeeldhouwd in brons nodigde ze ieder mensenkind uit die onder haar blauwe mantel
toevlucht of bescherming zocht. Maria, de barmhartige moeder van Jezus. Ik zag de deur
opengaan en mensen naar binnen stappen.
Amersfoort kent een lange geschiedenis als pelgrims- en toevluchtsoord.
In de middeleeuwen kwamen bedevaartgangers vanuit alle windrichtingen op ‘het mirakel
van Amersfoort’ af, een Mariabeeldje waaraan bijzondere wonderen en krachten werd
toegeschreven. Dat deden zij om boete te doen, genezing te zoeken of in de hoop dat een
mirakels wonder ook hen ten deel zou vallen. Want je wist maar nooit.
En daarbij vloeide geld. Zoveel geld dat men er een hele kerk van kon bouwen: de grote
O.L.V.-kerk. Die kerk brandde later af, maar de toren ervan bleef behouden en staat tot op
de dag van vandaag fier overeind.
En tijdens de eerste wereldoorlog was het de stad Amersfoort die grote aantallen
vluchtelingen uit België opving. Het Belgenmonument op de Amersfoortse berg, het grootste
monument in ons land, herinnert nog daaraan.
De beeldhouwer Eric Claus ontwierp in 2014 de indrukwekkende pelgrimsdeur(en) voor de
Lange Jan. Onderaan de mantel van Maria is een opeengepakte mensenmassa te zien. Gelet
op de vele koffers en plunjezakken zijn het reizigers of vluchtelingen. Claus zelf speekt liever
over pelgrims, want dat is volgens hem de overkoepelende benaming voor mensen die op
zoek zijn naar een veilig heenkomen.
Daarboven, op de mantel, bracht hij op veertien ruitvormige reliëfs de zogeheten zeven
smarten en zeven vreugden uit het leven van Maria aan. Wie de verhalen over Maria uit de
Bijbel kent, kan zich daar wel wat bij voorstellen. Misschien wilde de beeldhouwer daarmee
duidelijk maken dat het vele lief en leed van die opeengepakte mensen ook door Maria is
gekend en gedeeld en dat zij om die reden hen altijd liefdevol onder haar mantel heeft laten
schuilen.
Gesloten deuren roepen vragen op, dat merkte ik die zondagmiddag maar weer eens bij de
bioscoopzaal. Waarom mogen we er niet in? We veroorzaken toch nauwelijks overlast en
gedragen ons toch netjes! In ons geval had de weigering weinig om het lijf en toch voelden
wij ons op de een of andere manier afgewezen. De deur van de theaterzaal zat en bleef op
slot, als dwaze maagden hadden we het nakijken. Hadden we maar op tijd moeten zijn.
Hoe zou het dan wel niet voelen als je de toegang tot een land wordt ontzegd na een
ellendige vluchtreis met achterlaten van al je spullen en misschien zelfs de mensen die je het
meest dierbaar zijn?
Wie mag hier naar binnen? Wie mag er bij ons schuilen? Wie willen wij beschermen en
helpen of op z’n minst een bed, bad en brood aanbieden? De blauwe mantel van Maria is in
Amersfoort in vroeger tijden altijd ruim bemeten geweest. Maar hoe zit dat nu? En hoe bij
ons en alle andere Nederlandse gemeenten?
