Het schorremorrie
Door Anja van de Poppe
‘Gedenk de dieren op de schalen en de borden, die zitten meer dan jij in de puree’
Willem Wilmink Uit: Troostlied voor wie met Kerst alleen zijn
Mijn grootouders waren Veluwse keuterboertjes, met een paar koetjes, wat land en een ren vol kippen. Maar ook hadden ze altijd een varkentje, dat achter een donker schot in de schuur werd vetgemest. Ik zeg wel ‘ze’ maar eigenlijk was het mijn opoe (zo noemde wij mijn oma) die over het varkentje ging. Het was haar ‘spaarvarken’. Dagelijks, na de warme middagmaaltijd gooide ze de aardappelschillen en restjes eten in de trog, waarna een tevreden knorrend geluid achter het schot te horen was. Als kind heb ik dat tafereel menig keer gadeslagen en altijd vroeg ik me af of het varkentje (dat allengs tot een indrukwekkend varken uitgroeide) daar in dat donker hol wel ‘gelukkig’ was. Die vraag heb ik nooit aan mijn opoe durven stellen, want ‘geluk’ was niet echt een woord dat in haar vocabulaire paste, dat voelde ik wel op mijn kleine klompjes aan. In november, als het buiten inmiddels koud geworden was, werd het varken geslacht. Gewoon thuis op het stro. De keurmeester kwam en ook de slager met zijn blinkend arsenaal aan messen. Die kreeg om te beginnen altijd een borrel geschonken. Als kleine kinderen moesten we dan wegwezen en de grote mensen vooral niet voor de voeten lopen. Maar ik herinner me de haast heilige opwinding rond zo’n slacht op de boerderij; de grote potten met kokend water op het fornuis, de bloederige ‘uitbeen’ tafel op het erf waarop allerhande vleesbewerkingen plaatsvonden. De aanloop: het komen en gaan van buren en familie. Het verdelen van vlees in porties voor jan-enalleman. Aan het eind van de dag was het varken van opoe geheel en al opgegaan in worsten, karbonades, aan het plafond hangende hammen, balkenbrij en nog heel wat meer. En voor mezelf kon ik niet anders dan concluderen dat je maar beter geen varken kon zijn. Een lang en gelukkig leven was je dan niet beschoren. Ja, dat waren andere tijden. Nu er anno 2025 jaarlijks in ons landje zo’n 15 miljoen varkens worden geproduceerd (dat lijkt mij het enige juiste woord voor de manier waarop varkens op grote schaal worden gehouden en geslacht), denk ik vaak: ‘Geef mij maar dat varken van opoe.’ Dat had verhoudingsgewijs een prachtleven. En om die reden fiets ik graag een stukje om en/of tast ik wat dieper in de buidel voor een bezoek aan de scharrelslager. Want, ook dát moet gezegd, bij ons thuis gaat een stukje vlees er maar al te graag in. En toch begint het bij mij steeds meer te knagen. Ik schreef er, geloof ik, al eerder over. En ik doel dan op de manier waarop wij als mensen met onze medeschepselen omgaan. Want met welk recht ontzeggen we dieren een dierwaardig bestaan of spuiten wij proefdieren vol met stoffen waar we zelf als de dood voor zijn? Om er zelf uiteindelijk beter van te worden? Zijn mensen dan beter of meer waard dan dieren? En zo ja, waarom dan? Dat wij als intelligente wezens in staat zijn om dieren voor ons karretje te spannen, wil natuurlijk nog niet zeggen dat we dat ook moeten dóen of dat het ook moreel te rechtvaardigen is. Ik vind het eerlijk gezegd allemaal reuze ingewikkeld. Maar om mijn knagend geweten enigszins tot bedaren te brengen, neem ik me in ieder geval voor om er dit jaar een vegetarische Kerst van te maken. Om met Wilmink te spreken: we zitten zelf al genoeg in de puree. Binnenkort is het weer tijd om de kerstspullen van zolder te halen. Maria, Jozef, het kindeke Jezus, de engel, de wijzen en de herders, ze worden allemaal weer op stal gezet. Ook de dieren mogen vanzelfsprekend niet ontbreken. Nee, het varken is om de bekende reden niet van de partij. Maar wél zijn er de os en de ezel en de schapen van de herders. Feitelijk behoren ze tot de eersten die de blijde boodschap vernemen en het pasgeboren kind in ogenschouw mogen nemen.

‘Sjemor we chamor’ heten de os en de ezel in het Hebreeuws. In het Jiddisch, zoals dat nog in het Mokum van voor de oorlog werd gesproken, is dat verbasterd tot schorremorrie. Het schorremorrie is het uitschot, de ‘uitgekotsten’ van de samenleving. En laat het nou net dat schorremorrie zijn dat vooraan staat bij de kribbe. Wat een vrolijke beestenboel! Mooi Kerstfeest gewenst! P.S. een filmaanrader voor de Kerst: ‘Gunda’ van Victor Kossakovsky uit 2020; over het leven van een varken. Prachtig!
