15 juni 2017

Raak met je hand ons hart

Geschreven door Fride Bonda
Inspiratie Foto: ~lzee~by~the~Sea~ Raak met je hand ons hart

Jaren geleden maakte ik een studiereis naar Iona, een klein eilandje van de Schotse Hebriden. Het eiland lijkt volstrekt overgeleverd aan de elementen, water, overal water, vaak ook uit de lucht, land, wind, en licht. De zon kan fel op het water schitteren. Er staat een heel oude abdij, ooit is de eerste versie gebouwd door Columbus in het jaar 565. Hij zette daar met enkele monniken voet aan wal en maakte het eiland enigszins bewoonbaar. Over dit eiland wordt gezegd dat het een thin place is, een plek waar hemel en aarde elkaar raken, waar de afstand tussen God en mens klein is. Ik kwam de term weer tegen in het boek Weg met de bijbel. Anne Claar Rosingh noemt de bijbel een thin place, een plek waar de afstand tussen God en mens klein is.

Dit jaar ben ik 25 jaar predikant. Omdat ik ooit van kerk veranderd ben weet niemand bij de remonstranten dat ik al zo lang predikant ben. Ik vind het zelf leuk er aan aandacht aan te geven. En misschien heeft dat te maken met een plek waar God en mens elkaar raken, een thin place. Voor mij kan dat de natuur van zo’n eiland zijn, maar daar hoef je geen dominee voor te worden. Het heeft meer te maken met de inhoudelijke kant van wat ik doe. Er zijn tijden dat ik werken in een kerk totaal onzinnig en maatschappelijk irrelevant vind. Als die gedachten naar de achtergrond schuiven komt er een ander beeld naar voren.

Het zijn allemaal rimpelingen

Ik houd van de gesprekken over wat mensen beweegt, wat hen bezighoudt, wat ze met zich meedragen, wat hen ontroert en vreugde geeft, wat hen verdriet doet, wat hun vragen zijn, wat hen inspireert of wat hen niet meer inspireert. Al die verhalen en gedachten zijn voor mij een thin place en geven me inzicht in de veelzijdigheid van wat het leven met mensen doet. Als mensen geen flauw idee hebben wat een dominee doet noem ik me weleens een verhalenverzamelaar of een verzamelaar van wijsheid. Misschien kan ik de vieringen in de kerk ook wel ervaren, als een dun plekje. Ik vind het bijzonder met elkaar een sfeer van bezinning te creëren. In het wereldgebeuren is het een rimpeling van lucht. En in ons eigen leven misschien ook, maar als je door iets geraakt bent of je bevestigd wordt in waarden die van betekenis zijn voor je, dan gebeurt er iets in het hart of in de ziel.

Zoals ik al zei zijn er tijden dat ik vind dat mijn werk niks voorstelt. Een vriendin van mij lacht daarom en zegt: ‘denk je dan dat ik het gevoel heb met iets bezig te zijn in mijn werk bij de (burgerlijke) gemeente?’ Ook andere mensen hoor ik zeggen dat niet alleen hun werk vervliegt, maar zelfs hun hele leven! Het zijn allemaal rimpelingen en zo houden we de wereld draaiende.

Mijn beste leermeester

Toen ik nog theologie studeerde aan de Vrije Universiteit in Amsterdam hoorde ik docenten weleens praten over hun leermeester. Dat was dan hun promotor of zo; iemand van wie ze veel geleerd hadden. Ik vond het altijd reuze interessant klinken. En ik fantaseerde weleens over wie mijn leermeester zou kunnen zijn. De meeste docenten vielen af. De docent bij wie ik afstudeerde vergat telkens hoe ik heette, wat in ieder geval aangaf dat ik niet veel indruk op hem maakte. Wel was er een studiegenoot, die ik heel inspirerend vond. Dat was iemand die vergezichten opende en mijn ziel kon raken. Met hem deel ik nog steeds het leven.

Een ander inspirerende man vond ik ergens aan de Herengracht in een souterrain. Ton de Nooy heette hij;
hij leeft niet meer. Ik had hem graag verteld hoeveel van zijn teksten en inzichten ik verwerk in liturgieën.
Tijdens één van die vieringen zongen we een tekst uit de wijsheidsboeken van het Oude Israël:

De wijsheid roept luidkeels buiten op straat, en zij verheft haar stem op de pleinen.
Op hoeken van woelige straten staat zij te roepen, bij ingangen van de poorten.

Hartstocht

Deze woorden riepen zoveel bij me op. Ik vond het mooie taal en een mooi beeld: dat je op de hoek van de straat wijsheid tegen kan komen. Vanaf dat moment liep ik anders door de stad. Wat hoor ik, wat zie ik? In Amsterdam zag ik zwervers, die in zichzelf liepen te murmelen. Misschien murmelde hij wel iets van grote waarde, net als de oude profeten in Israël. Als ik over de Albert Cuyp markt liep hoorde ik marktkooplui hun tomaten en aardbeien aanprijzen met zo’n hartstocht, dat ik dacht: ‘Ah, als je iets belangrijk vindt, dan moet je dat met hartstocht doen,
zoals deze marktkooplui’.

Het belangrijkste wat ik bij De Nooy heb geleerd was dat het niet erg is als je de slappe lach krijgt tijdens een viering. Het was een keer bij een viering in de veertigdagentijd dat we elkaars voeten moesten zalven. We moesten de kring rond en daarbij een tekstje zeggen. Hoe gaat dat in zo’n kring? Halverwege is dat tekstje natuurlijk al anders dan aan het begin. En ik zat me te verkneukelen over de tekst die ik mee zou krijgen. Vast zoiets als: dat ik vermalen mag worden tot een olijf. En dat begon ik al voor me te zien, hoe ik vermalen zou worden. En ja hoor, alsof je het onheil over je afroept!

De vermalen olijf

Met een plechtig gezicht begon de vrouw mijn voeten te zalven: ‘dat je vermalen mag worden als deze olijf…’ Ik barstte in schaterlach uit. Vreselijk storend natuurlijk en met mijn gereformeerde opvoeding vond ik het erg vervelend. De Nooy wilde graag weten waarom ik zo moest lachen. Hij vond het helemaal niet erg. Naar zijn inzicht is de bron van inspiratie dezelfde bron als van de lach. Die houding heeft mijn beeld van liturgie definitief veranderd. Het gaat niet om vroomheid, het gaat om het laten borrelen van je innerlijke bron; de ene keer is dat wellicht een ingetogen bezinning, een andere keer kan dat plezier of vreugde zijn.

Van de Dalai Lama, de boeddhistische spirituele leider van de Tibetanen heb ik geleerd dat je beste leermeester … je vijand is. Eenzelfde inzicht heeft Jezus als hij zegt: heb je vijand lief. Niet degene die je bevestigt in wat je graag wilt horen is je leermeester, maar degene die je raakt in je ergernis of pijn. Het is een uitnodiging om na te denken over de ergernis en wat dat zegt over je levenshouding. Waarom ergert diegene mij en hoe is mijn houding tegenover die ander. Kan ik compassie voelen voor mijn vijand of voor degene die mij kwetst? Zolang ik iemand blijf veroordelen om een bepaald gedrag, zolang heb ik nog veel te leren. Compassie is het niet eerste waar ik aan denk als iemand mij kwetst… Het kan jaren duren voordat er iets groeit van compassie. En als ik dat nog te moeilijk vind, dan heeft deze wijsheid een milde nuance: dat ik de intentie heb om compassie te ontwikkelen…

Dat er vrede mag zijn in ons hart
rust in onze ziel
en stilte in het diepst van ons wezen
die stilte
waarin we iets zullen horen
van de klank van de naam
ons gegeven van in den beginne
een naam die liefde is, licht en leven

Ton de Nooy

Gerelateerd