7 maart 2016

Meestal komt je gevoel, je beleving er achter aan

Geschreven door Fride Bonda
Inspiratie Foto: TJ Gehling Meestal komt je gevoel, je beleving er achter aan

De straten in de stad liggen vol met blaadjes. Gevallen van de bomen. Sommige mensen en kinderen houden ervan en schoppen vrolijk met hun voeten de blaadjes omhoog en genieten zo van de dynamiek van de seizoenen. Anderen voelen zich meer geconfronteerd met de op – en neergang van het leven, met de naaktheid van het bestaan; dat er leven is, dat er dood is; het is alles onoverkomelijk. De naaktheid van ons lichaam beschermen we met kleren; warme vesten en jassen halen we tevoorschijn om het niet koud te krijgen. In huis doen we de verwarming een paar graadjes hoger.

Maar de naaktheid van onze ziel, hoe beschermen we die? Kunnen we iets van geborgenheid vinden in de kou van het bestaan?

Bescherm me als de appel van uw oog?

Duizenden, duizenden jaren van religieuze traditie zijn er, om de naaktheid van onze ziel te beschermen tegen de onvermijdelijke kwetsbaarheid van leven. Woorden en rituelen.
Keltische zegenbeden zijn er goed in: God die voor je, achter je, naast je, onder je, boven je, om je en in je is. ‘Bescherm mij als de appel van uw oog, verberg mij in de schaduw van uw vleugels’, schrijft de dichter van psalm 17. Hij voelt zich onrechtvaardig behandeld in zijn leven. Niet alleen het bestaan zelf kent zijn op- en neergang, ook de dynamiek tussen mensen kent dat. Soms lijkt het alsof alle mensen het belang van jouw bestaan ontkennen. Zoiets kan je breken. Maar de dichter verstaat de kunst zich te richten tot een bron van zijn die groter is dan het alledaagse. Daarmee houdt hij zijn eigenwaarde overeind. Alleen al in het vinden van woorden opent zich een andere laag van bestaan.
Meestal komt je gevoel, je beleving er achter aan. Als je alleen je verstand laat spreken zeggen deze woorden niet zo veel. Wat is dat nou ‘bescherm me als de appel van uw oog’? Je hoort de sceptici al zeggen: van wie is dat oog, van wie zijn die vleugels. Zij halen hun schouders op bij deze symboliek en zoeken hun troost in de vergetelheid van amusement of lekker eten. Religieuze woorden moeten beweging krijgen, door ze te proeven en te laten gebeuren. Maar vaak is het andersom, zetten de woorden zelf al iets in beweging, omdat je geraakt bent, door het beeld, door de schoonheid. De dichter leeft met een andere bestaanslaag; niet altijd tastbaar of beschikbaar, maar vindbaar, te beleven in een intimiteit met zijn G’d.

Om dan te ervaren dat je iemands oogappel bent, dat je geborgen bent in de schaduw van hemelse vleugels, dat kan een troost zijn.

Gerelateerd