4 december 2019

Wees niet bang

Geschreven door Fride Bonda

(Lukas 1, 13, 30; 2: 10 en vele andere teksten)

Maria hoorde de woorden; de herders in het veld,  Zacharias de hogepriester, de apostel Paulus hoorden de woorden; en in vroegere eeuwen werden de woorden tegen de Israëlieten gezegd: ’vrees niet’, vaak gevolgd door ‘ik ben bij je’.

‘Vrees niet’, het zijn woorden die geruststellen en vertrouwen geven om een onzekere onbekende toekomst in te gaan. Niemand weet wat komen gaat. De meeste mensen hebben verwachtingen dat de dingen hun gang gaan. En soms zijn er bewegingen in het leven die een voorbode zijn dat het wel eens anders kan gaan… Onzekerheden en angsten waarover we eerst niet spreken. Nicci French schrijft daarover in haar boek over de dementie van haar vader, Woorden schieten te kort. Zij schrijft over schaamte bij haarzelf, haar moeder, haar vader over het erge onbekende dat je liever niet in de ogen wilt kijken, dat je vader de controle verliest, en dat je zelf daarmee ook controle verliest…

Waarover je je schaamt, waarvoor je bang bent, spreek je niet.

Over welke angsten spreken we liever niet? Angst om je werk te verliezen? Angst om je kerk te verliezen? je gezondheid, je relatie, je kinderen, die andere wegen gaan? Over veel angsten spreken we niet, omdat de woorden niet klaar liggen. Angst gaat vaak over een gebied van leven dat je niet kent. Hoe gaan we om met dat ongekende? Kunnen we een tijdje verkeren in het niet-weten? En kunnen we in dat niet-weten ons moed laten inspreken door de oude woorden, die zo vaak geklonken hebben rond de dagen van kerst: ‘Vrees niet’?

Het zijn woorden van vertrouwen, alsof er gezegd wordt ‘vertrouw je toe aan wat komen gaat; er zullen nieuwe ervaringen zijn, maar je hoeft niet bang te zijn, je bent toegerust om de nieuwe ervaringen aan te gaan’. Het zijn woorden die uitnodigen om open te staan voor wat komt.

Nicci French schrijft teder en liefdevol over het onbekende dat met de dementie van haar vader in hun leven komt. De angst maakt plaats voor liefde. Ze zingen lievelingsliederen voor hun vader, ze lezen voor uit boeken waar hun vader van hield, ze gaan naar de plekken waar ze als gezin graag kwamen. Met haar moeder, met haar broers en zussen verbinden ze zich aan de ziekte van hun vader. Angst maakt plaats voor liefde. Dat is een verandering die te doen is. Alle mensen hebben het vermogen om lief te hebben. Bij sommige mensen is de toegang naar liefde geblokkeerd door angst, of door andere gebeurtenissen het leven, dan is er meer tijd nodig om te leren lief te hebben.

Soms, als ik niet kan slapen door alle onzekerheden die op mijn pad komen, spreek ik mezelf, moe geworden, uiteindelijk toe met deze woorden: ‘Wees niet bang, vertrouw je maar toe aan wat komt’. Ik zie het als een oefening om het leven te leven zoals het zich voordoet. Oefenen in vertrouwen, oefenen in liefde.

Fride Bonda

Gerelateerd