29 januari 2018

Niet snijden doet zo`n pijn. Maar het afgesneden zijn.

Geschreven door Fride Bonda

Niet het snijden doet zo’n pijn
Maar het afgesneden zijn
(Vasalis, in: Vergezichten en gezichten)

 

 

Op een avond eet ik een frietje bij een biologische friettent. De patatbakker is een praatgrage jongen. Een vorige keer vertelde hij over een project met ‘tiny houses’ voor daklozen. Nu vertelt hij over een boek dat hij wil schrijven over zijn adoptie. Toen hij twee en een half was, werd hij kleine jongen uit Colombia opgenomen in een Nederlands gezin. Of hij herinneringen aan die tijd heeft? ‘Alleen emotioneel’, zegt hij. Door zijn verhaal dwalen mijn gedachten opeens naar mijn moeder, die haar moeder nooit gekend heeft. Haar moeder stierf tien weken na de bevalling van haar dochtertje, mijn moeder. Ik herken in het verhaal van de jongen de geschiedenis van mijn moeder. Geen herinnering aan zijn ouders, alleen vage sferen; er is niemand op wie hij lijkt, geen herkenning in gezichtsuitdrukking of een karaktereigenschap. Mijn moeder heeft nooit verhalen over haar moeder gehoord; dat was te pijnlijk voor haar vader, maar ook voor haar stiefmoeder, die haar tante was. Mijn pake trouwde met de zus van zijn vrouw, die al jong weduwe was met een klein dochtertje. Er was zoveel verdriet in de familie, dat zorgvuldig verborgen bleef. Heel spaarzaam werd het soms genoemd.

De jongen heeft zijn moeder ook niet gekend. Hij vertelt over emoties die hij lastig vindt en dat hij heeft geleerd dat het niet handig is die moeilijke emoties te omzeilen. ‘Het is de eerste keer heel moeilijk om met zo’n lastig gevoel om te gaan. Het is als een achtbaan: hoe hoger je komt, hoe langzamer het gaat; heel langzaam kom je bij de hoogste punt van de pijn en dan kun je weer verder kijken. De eerste keer is heel zwaar en daarna wordt iedere hobbel makkelijker.’

In zijn boek wil hij schrijven dat het goed kan gaan, adoptie, als je goede begeleiding hebt. Hij heeft het geleerd en geaccepteerd dat het zo is. Dat hij een Colombiaan is op Nederlandse bodem.

Mijn moeder. Hoe moet het voor haar geweest zijn, een vage ongekende pijn in haar ziel, waar bijna nooit licht op geschenen heeft. Hoe kun je verdriet accepteren als je het niet aan kunt raken?

Terwijl ik mijn frietje at heeft de jongen een verdrietig punt in mijn familiegeschiedenis wakker geroepen: mijn moeder, die niet heeft kunnen rouwen om de dood van haar moeder.

Fride Bonda

SOTTO VOCE

Zoveel soorten van verdriet
ik noem ze niet.
Maar één, het afstand doen en scheiden.
En niet het snijden doet zo’n pijn,
maar het afgesneden zijn.

Nog is het mooi, ’t geraamte van het blad
vlinderlicht rustend op de aarde,
alleen nog maar zijn wezen waard.
Maar tussen de aderen van het lijden
Niets meer om u te verblijden:
mazen van afwezigheid,
bijeengehouden door wat pijn
en groter wordend met de tijd.

Arm en beschaamd zo arm te zijn.

[Vasalis, uit Vergezichten en gezichten]

 

Gerelateerd