29 januari 2018

Sheep may safely graze.

Geschreven door Fride Bonda

(cantate J.S Bach)

Naast de indrukwekkende hoeveelheid cantates die J.S. Bach schreef voor de zondagse liturgie heeft hij ook muziek gemaakt voor wereldlijke liederen. ‘Ook al gaan die liederen over een wereldlijk onderwerp, de muziek is onmiskenbaar religieus’, zegt de pianist Murray Peraya in een interview. Als je de muziek van Bach wilt begrijpen kun je geen atheïst zijn. Al de boeken over atheïsme, zijn erg interessant en hebben veel logica in zich, maar ze zijn nutteloos voor een musicus die dieper wil gaan in muziek.’ De belangrijke motivatie van Bach voor muziek was zijn verbondenheid met zijn God. Zelfs in een gewoon beeld van schapen in een wei, laat Bach in zijn muziek frisse spiritualiteit horen, die volgens Peraya voor Bach verwijst naar de Schepper. ‘Sheep may safely graze’.

Hoe weid je schapen veilig? Onlangs deed ik mee aan een workshop ‘Herder onder de schapen’. Met 4 collega’s van de PKN meldde ik me in Friesland bij schapenboer Chris de Jong, voorheen topman van de ABN-Amro. Nu maakt hij schapenyoghurt en organiseert hij workshops voor o.a. kerkenraden en predikanten (=herder) over leidinggeven.

Als voorbereiding moesten we het boek De 8e eigenschap lezen van S. Covey, toonaangevend op het gebied van leidinggeven. Eerder schreef hij De 7 eigenschappen van leidinggeven. In dit boek komt de 8e eigenschap aan de orde: spiritualiteit. Hoe kun je geestelijk leidinggeven. Belangrijk uitgangspunt voor hem is het luisteren naar je innerlijke stem en dat je de ander aanmoedigt diens innerlijke stem te horen Het was voor mij verrassend en inspirerend om zo over leidinggeven na te denken.

Besprekingen over deze vragen werden afgewisseld met activiteiten met schapen. Als eerste werden lammetjes geknuffeld. Daar waren we allemaal goed in.

Lastiger was het om met z’n drieën 7 schapen uit de wei te drijven., die daar rustig aan het grazen waren. Mijn collega’s liepen als border collies met maaiende armen achter de schapen aan, die naar de verste uithoek van de wei schommelden; het verschil met de echte honden is dat die razendsnel zijn. Mijn bijdrage was niet veel beter: Ik lag te schateren in het gras, wat bij de toeschouwers de opmerking ontlokte: ‘doen remonstranten dat zo?’

De spannendste oefening was een ram uit zijn hok drijven. Dat ging over de vraag hoe je in je kracht staat en hoe je met onwillige objecten (= mensen) omgaat. Ik dacht met mijn tai-chi ervaring dat ik dat beest er wel uit zou krijgen. Dat viel tegen, er was geen beweging in te krijgen, hoe geaard ik ook duwde. Met hulp van de ooien in het hok kreeg ik de ram dichterbij de uitgang. Na enige aanmoediging van de omstanders lukte het de ram over de hoge drempel uit zijn hok te krijgen.

Het was opmerkelijk dat ieder een eigen manier had om een ram uit het hok te krijgen en dat zei echt iets over hoe de persoon werkte.

De schapen hadden deze dag minder veilig gegraasd, vrees ik, maar voor de deelnemers was het een leuke, leerzame ervaring.

Met een grijns van oor tot oor en twee potjes yoghurt ging ik huiswaarts.

Fride Bonda 

Gerelateerd