11 mei 2018

Ons oog ziet enkel maar een deel (avondlied lied 246)

Geschreven door Fride Bonda

 Toen onze zonen nog klein waren zong ik ’s avonds voor hen een avondlied:

Zie je de maan die schone wil zich maar half vertonen
Toch is zij een geheel,
Zo zijn er grote zaken, waar wij geen ernst maken
Ons oog ziet enkel maar een deel.

De laatste regel is voor mij veelbetekenend, vooral als ik me heb laten meeslepen door mijn voorstellingen van mensen. Ik sprak een keer met een vrouw in het ziekenhuis. Ze kwam uit Friesland, dat vond ik leuk, omdat ik zelf in mijn jonge jaren in een Fries dorp heb gewoond. Zij kwam van een boerderij en kon goed leren. Haar vader wilde dat zij naar de HBS ging. Dat was in die tijd een uitzondering. Meestal moesten kinderen in die tijd, de jaren vijftig, na de lagere school meewerken op de boerderij en in huis. Ik vond het geweldig van die vader: het toonbeeld van een ruimdenkende, vooruitstrevende Friese boer, die het beste met zijn dochter voor had. Bij een tweede gesprek bleek hij niet altijd aardig tegen haar. Het leek wel alsof hij jaloers werd: ‘Je moet niet denken dat je alles beter weet’, en nog vervelender dingen kon hij tegen haar zeggen. Ik begon mijn beeld wat bij te stellen. De derde keer vertelde ze met schroom dat hij haar twee jongere zusjes misbruikt had en dat dat tweespalt in de familie had gebracht. Een deel ontkende het, een ander deel bekommerde zich om de jongste zussen.

Ik was er stil van. Natuurlijk om de levens van haar zussen, die onmiskenbaar bepaald werden door het misbruik van hun vader. Maar ik was ook stil omdat ik me zo had laten meeslepen door mijn aanvankelijke beeld van de vader: ruimdenkend, vooruitstrevend.

Wat kan het anders zijn dan je voorstelling! Het kan ook nog zo zijn, dat de man in zijn jonge jaren, vooruitstreven en ruimdenkend was en dat hij later de pijn voelde van wat hij zelf niet had kunnen leren. En dat hij niet goed met die pijn kon omgaan en dat afreageerde op zijn dochters.

We kunnen niet zonder beelden en voorstellingen, niet van mensen, niet van zaken en situaties. We hebben ze nodig om goed in te schatten of we iemand of iets kunnen vertrouwen. En graag dichten we mensen mooie eigenschappen toe, omdat we graag idealen voor ogen hebben of een harmonische verbondenheid in een familie.

De werkelijkheid is brokkeliger, is bijna altijd anders dan op het eerste gezicht lijkt. De werkelijkheid kent altijd schaduwkanten, net als de maan

Ons oog ziet enkel maar een deel.

Gerelateerd