3 mei 2021

Mogen allen één zijn (Johannes 17: 21a)

Geschreven door Fride Bonda

We rijden door Noord-Holland om een stuk olijvenhout te kopen. Het bezoek aan de houthandel is een belevenis op zich. In de lengte gezaagde boomstammen, met blokjes hout tussen de delen, liggen buiten te drogen. En zoveel soorten hout! Enorme plakken eiken-, iepen-, grenen- en ja, ook olijvenhout. Uiteindelijk hebben we een mooi stuk gevonden, dat recht is, gekeurd met een vakmans oog, en niet kromgetrokken, blijkt als het op de grond gelegd wordt. Het hout komt uit Zuid-Italië, uit een streek die onlangs in het nieuws was vanwege een grote dichtheid aan maffiapraktijken. Zou ons stuk hout deel zijn van maffiose handel?

We rijden door naar het zielloze Egmond aan Zee om een vriendin te bezoeken en langs de zee te lopen. Er waait een koude wind, die de golven onstuimig op laat spatten. Nu we toch in de buurt zijn wil ik graag het graf van een dierbare vriend bezoeken. Dat is opmerkelijk voor iemand die zegt ‘niets met graven te hebben’. Deze keer wel. Het is inmiddels vijfentwintig jaar geleden dat Ton de Nooy, gezegend zijn naam, gestorven is. Ik was net moeder geworden van onze jongste zoon en kon destijds niet naar de begrafenis. Nog altijd staat zijn bidprentje op mijn bureau. Deze middag memoreren wij onze inspiraties die hun oorsprong hebben in de meditaties en liturgische vieringen in zijn meditatiehuis, waar hij de oude monastieke bezieling van Oost en West bij elkaar bracht.

Ik leerde er de betekenis van rituelen en symbolen in liturgie, zoals de zalving met geurige olie. Olijfolie! Opeens ontstaat er een grappig verband in onze Noord-Hollandse missie, van olijvenhout naar olijvenolie. Een uitspraak bij een zalving, ik weet niet meer bij welk feest dat was, klonk zo: ‘zoals de olijf vermalen is tot deze olie, zo mogen ook wij vermalen worden tot olie van de achtste dag’. Een tekst die zo tot mijn verbeelding sprak, dat ik, tijdens de zalving in een onbedaarlijke lach uitbarstte. Ton vond het niet storend, hij was nieuwsgierig en zei: ‘Lachen komt uit dezelfde bron als toewijding’. Deze uitspraak heeft mijn houding in liturgie voorgoed veel losser gemaakt. Zijn graf ligt op het kerkhof van de Sint Adelbertabdij in Egmond-Binnen. Na de kille versteende badplaats Egmond aan Zee is deze plek een verademing. Oude ruisende bomen met in het lange gras bijna uitgebloeide narcissen. En uiteindelijk sta ik dan, na vijfentwintig jaar, bij het graf van deze inspirerende vriend: een eenvoudige betonnen plaat met daarin de tekst die zijn lijfspreuk was, die voor hem hemel en aarde, Oost en West, vrouw en man, jong en oud, zwart en wit verbond:

Mogen allen één zijn.

Fride Bonda

Gerelateerd