27 oktober 2020

Leer van de lelies op het veld… (Mattheus 6:28)

Geschreven door Fride Bonda

Begin dit jaar maakten we een wandeling in een groot bos in de Vogezen. We volgden de markeringen van een uitgezette route. Dat heeft iets onbezorgds: de pijltjes volgen, die je de wegwijzen en je naar het eindpunt brengen. Zo liepen we onbezorgd door het bos met naaldbomen en een enkele loofboom, met hoogte – en diepteverschillen. Ik ervoer de sfeer als lieflijk. Tot het moment dat we geen pijltjes meer zagen en we ons afvroegen of we een afslag gemist hadden. We liepen het pad terug, maar konden niet ontdekken welke afslag we hadden gemist, alle paden zagen er hetzelfde uit! Hetzelfde bos kwam nu niet meer lieflijk over, maar onzeker en grimmig. Langs omwegen en ongebaande wegen kwamen we veel later dan gewild op de plek waar we wezen wilden.

Later die week was het andersom. We waren op de terugweg naar huis en bij de stad Luik namen we een afslag te vroeg. Het leek wel alsof we een fuik ingereden waren: opgebroken wegen, die ons omwegen lieten maken die ons meer en meer de stad indreven. Ergens tussen hoge pakhuizen stopten we. Het motregende en dit deel van de stad voelde niet fijn aan. Ik stapte uit om iemand de weg te vragen. En opeens, in die grimmigheid, een vriendelijke stem: ‘Kan ik helpen? ik spreek een beetje Vlaams…’. Het klonk als een geschenk uit de hemel. De sfeer klaarde op en werd vriendelijk doordat iemand ons aansprak en de juiste richting wees.

Door een afslag te missen, door een vergissing, door wat dan ook, kan de beleving van waar je bent anders worden. De omgeving verandert niet; er verandert iets in de waarneming van je geest. In meditatiebeoefening kan zo’n veranderende waarneming de focus van aandacht zijn. Dat een onaangename sfeer verandert naar aangenaam is plezierig, maar andersom kan een onaangename beleving je geest erg bezig houden. Meditatieleraren zeggen: het onaangename is niets, het speelt zich af in je geest, maar de omgeving, de werkelijkheid om je heen verandert niet. Het is een oefening om je geest te kalmeren door bijvoorbeeld je aandacht te richten op je ademen, de levensader die voor alle levende wezens hetzelfde is. Deze aandacht brengt je terug naar jezelf, naar je wezen. Zo’n beleving in je geest kan tamelijk hardnekkig zijn en is niet zomaar anders; het is een oefening. Elke dag, elke inademing kan het begin zijn van de oefening.

In de Bergrede benoemt Jezus eenzelfde houding. Hij zegt: Wie van jullie kan met al zijn zorgen een el toevoegen aan zijn/haar leven? Leer van de lelies op het veld, ze werken niet en ze zijn prachtig.

Onaangename belevingen zijn er, maar ze hoeven niet ons leven te bepalen.  Richt je aandacht op iets wat er van oorsprong af is, op je adem, op de bloemen in het veld, op wat ruimte geeft en laat die ruimte in je geest zijn.

Fride Bonda

 

Gerelateerd