13 juli 2021

Er is een tijd van opbouwen, er is een tijd van afbreken 

Geschreven door Fride Bonda

(Prediker 3:3) 

Als je over Schiermonnikoog fietst kom je hier en daar plaquettes tegen met daarop  gedichten in de eilander taal. Zo noemen de bewoners van Schiermonnikoog hun taal.  Als je ze hardop leest kun je een beetje begrijpen wat er staat. Op een met bomen  omringd plekje is begraafplaats Vredenhof. Aan het begin van de vorige eeuw is deze  begraafplaats opgericht om de lichamen van aangespoelde soldaten, eerst Duitse, later  ook Engelse en Franse soldaten een graf te geven. Bij deze begraafplaats is er dit  gedicht van Lammert Wiersma:

       Ienfaudich is it graf,

       maar ieuwral leit de stilte. 

       Wat krimpe, in blom, in strúk, in krús,

       Hier sjongt de lets syn liet, 

       hier rieuwzje saft de halmen.

      Al is ’t yn fraimden greeuwn,

      hy is tach fielich thùs.
 

       Vredenhof:  

       Eenvoudig is het graf, 

       maar overal ligt de stilte, 

       wat schelpen, een bloem, een struik, een  kruis. 

       Hier zingt de leeuwerik zijn lied, hier ruist zacht het helmgras. 

      Al is ’t in vreemde grond, 

      hij is toch veilig thuis.

 

Slechts een paar heel oude mensen spreken de eilandertaal. De taal verdwijnt. Het geeft  me een treurig gevoel, een taal die aan het verdwijnen is. Mensen hebben elkaar  liefdevol aangesproken, ze hebben ruzie gemaakt, ze hebben gerouwd, geleerd,  gezongen in een taal die hen vertrouwd was. En nu, door alle bewegingen tussen eiland  en vaste land, tussen bewoners en toeristen is de taal overgenomen door Nederlands en  Fries.

Later lees ik het boek De Friezen van Flip van Doorn dat meer dingen opgebouwd  worden, die soms eeuwen later worden afgebroken. Om het land bewoonbaar te maken  bij de onberekenbare zee, werden terpen en wieren gebouwd. Eeuwen later, toen dijken  de zee tegenhielden, werden sommige terpen afgegraven om de vruchtbare grond naar  onvruchtbare gedeeltes van ons land te brengen. Een spoorlijn tussen Leeuwarden en  Dokkum wordt aangelegd, en 50 jaar later weer afgebroken. Het is de gang van de  geschiedenis, de beweging tussen zee en land, de ingrepen van de mens in het  landschap. Alles verandert, er is altijd ontwikkeling.

Zal onze taal verdwijnen, plaatsmaken voor het Engels? Kerken krijgen andere  bestemmingen; hoe zal dat bij ons gaan? Zal er een tijd komen dat er geen kerkklokken  meer luiden? Kerkgemeenschappen worden steeds kleiner: zullen die verdwijnen? Hoe  en waar zullen mensen hun inspiratie vinden om hun zielenroerselen expressie te  geven?

Er is altijd ontwikkeling. Alles gaat voorbij…

Aan de ene kant vervult het me met weemoed. Aan de andere kant maakt het me  nieuwsgierig: hoe zal het leven er over 50 jaar uitzien?

 

Fride Bonda

 

Gerelateerd