29 augustus 2019

Er gaat iets nieuws beginnen

Geschreven door ruudgrabijn

(Jesaja 43:18)

Er staat een fiets bij het kerkje. Zal ik aanbellen of ik er binnen kan kijken? Ik stond al eerder op de stoep van het kerkje in Berlikum.

Ik was daar om te studeren, in een huisje van een vriend. Ik had het informatiebord gelezen, waar wat algemene wetenswaardigheden op stonden over dit doopsgezinde kerkje. Ik wilde wel meer weten. Hoe het eruit zag, of er iets is van een gemeente.

Ik open de deur en roep op zijn Fries: ‘Goeie!’. Drie vrouwen zijn binnen, ze zijn bezig met een soort archief. Eén van hen knipt rouwadvertenties uit. Ik vertel wie ik ben en dat ik het kerkje wil zien. Dan moet ik bij de buurman zijn, hij heeft een sleutel. Hij is nu thuis, weten de vrouwen, morgen misschien niet.

Ik bel aan en word opengedaan door een grijzende man. Tuurlijk mag ik het kerkje zien, maar kom eerst even binnen. Hij laat me zijn doopsgezinde bibliotheek zien. Een kast tussen twee oude bedsteden, met allemaal boeken over doopsgezinde geschiedenis. De psalmen, herdicht door Joost van den vondel, die voordat hij Rooms katholiek werd, doopsgezind was. De Spiegel der Martelaeren, een oud boek met verhalen over mensen die omwille van hun geloofsgedachten gedood zijn. Eerst de profeten uit de bijbel, dan de mensen uit de kerkgeschiedenis, waaronder vele doopsgezinden. Verhalen die vertellen over de moed en volharding van mensen, over de onverdraagzaamheid en wreedheid van mensen.

‘Het is altijd gedoe tussen mensen’, zegt de geschiedenisleraar. ‘Altijd. Of het nu tegen de doopsgezinden is, of onderling. Mensen hebben verschillende opvattingen. De kunst is om daar op een flexibele manier mee om te gaan. Niet iedereen denkt of gelooft hetzelfde. De vraag is of we mee kunnen buigen, of we ruimte laten voor de ander’. Hij vertelt over een vrijdagavondgebed dat er jaren geleden was. Hij als koster rende zich de benen uit het lijf om op tijd te zijn, om de kerk te openen en dingen klaar te zetten. Dan zaten er gevluchte Congolezen te bidden. Een zacht gemurmel dat luider en luider werd en opeens stil viel. En dan begon het weer: gemurmel dat luider en luider werd. ‘Ik dacht bij mezelf: wat is dit? Is dit de werking van de heilige geest?

Het was intrigerend. Maar de oude leden van deze gemeente hebben daar niks mee….. We moeten openstaan voor nieuwe inbreng’, vervolgt hij zijn betoog. ‘Luisteren, afstemmen, meebewegen, dan kan er iets doorgaan.’

Ik ben het eens met deze man uit Berlikum. We moeten met elkaar een nieuw verhaal maken, nieuwe wegen inslaan. Luisteren naar elkaars verhalen, meebewegen, afstemmen. Of het nu remonstrant is of doopsgezind, laten we het nieuwe toelaten.

Er gaat iets nieuws beginnen, zei de profeet Jesaja lang geleden. Het is al begonnen, zie je het niet?

Fride Bonda

Gerelateerd