5 mei 2020

Enkele Impressies bij 4 en 5 mei

Geschreven door ruudgrabijn

Enkele Impressies bij 4 en 5 mei

 

Mijmeringen van Conny Tjabbes

Vrijheid in gebondenheid, juist nu gaat ‘t om onze innerlijke vrijheid…kunnen we die nu oprecht voelen? Of voelen we ons te zeer beknot? Treffend zijn vaak de woorden over de lente zo ook een gedicht van Toon Hermans.

  Voorjaar

Dit is de tijd om stil te staan bij ’t grote wonder
het oog gericht op wat er om je heen geschiedt
ik doe geen fluit vandaag, geen barst, ik doe geen donder
ik ben vervuld van wat mij nu de lente biedt

Ik loop het bospad op en kijk mijn ogen uit
dit is geen uur, geen dag, geentijd om iets te doen
de bomen hangen vol met spinternieuw geluid
nu wil ik lente zijn en jong zijn met het groen

Toon Hermans

Blijf je verwonderen zoals de wilde orchis die al bloeit!!!Verzorg jezelf verzorg de natuur blijf dankbaar voor alles om je heen& heb lief.

 

En een waarneming van Willy Prangsma

4 mei

 

Wat een bijzonder 4 mei.

Vanmorgen fietste ik naar de stad en hoe ontroerend was het om overal de vlaggen halfstok te zien.

Vroeger mocht je pas om 18.00 uur vlaggen en dan ben je thuis en zie je ze niet.

Maar nu in deze bijzondere tijd is het anders. Ik hoop dat we dit blijven doen.

Het is niet alleen aandachtig voor hen die overleden zijn in een oorlog maar ook een teken van samen, aandacht voor de ander.

 

Herinneringen aan oorlogstijd van Theo te Winkel

 Grausam

Op Zondag om half elf, dus midden tijdens kerktijd, werd ik geboren (1938 in Enschede. Thuis tussen de twee ziekenhuizen, ‘Ziekenzorg’ en ‘St. Jacob/Stadsmaten’. Wij woonden in de joodse buurt om de hoek van de sjoel in de Prinsenstraat, waar ik enkele keren kwam voor een barmitswa of andere feestelijke gelegenheid voor vrienden van mijn ouders.

Onze achterburen, het echtpaar Kuyper, joods en werkzaam bij Trautmann Menko, had zich na 1933 laten omboeken tot Nederlands Hervormd. Zij vroegen aan onze ouders of het goed was een poort te maken in de schutting, die achter de rododendrons ,helemaal achterin onze tuin, beide tuinen scheidde. Dat was natuurlijk prima.

Twee keer werd er in 1942 midden in de nacht bij ons aangebeld. Een groep Duitse soldaten vroeg mijn vader naar buiten te komen, omdat hij als advocaat en gedeputeerde met name het (joodse) textielconcern Menko had helpen ‘omboeken’ naar een, in Duitse termen, Arisch bedrijf. Ook had hij veel joden, waaronder de familie Menko, had geholpen het joodse kapitaal voor Duitse roof te behoeden. De eerste keer wist hij door de achterdeur via de poort achterin de tuin te vluchten naar het echtpaar Kuyper. De tweede keer bleek het huis al omsingeld. Mijn moeder haalde mij uit mijn kamer, vroeg mij snel in vaders bed, dat was immers beslapen, te gaan, veegde in één armzwaai de ringen, portefeuille, portemonnee, gouden horloge e.d. van het nachtkastje tussen mijn benen in bed en sloeg dekens toe. “Vader is zoals je weet in Zwolle en vanwege jouw buikpijn heb Ik je gevraagd maar bij mij te komen liggen en hou verder je mond, doe alsof je buikpijn hebt.” Toen de Duitsers van mij niets hoorden en vergeefs rondgekeken hadden en met hun zaklantaarns wèl onder het bed van de dienstbode hadden gekeken, maar niet naar het plafond, waar mijn vader in pyjama met al z’n kleren onder de arm via een luik zich verstopt had, dropen zij af. Zij zeiden tegen mijn moeder, dat als zij voor de derde keer nogmaals vergeefs zouden komen, dat zij dan vrouw en beide zoontjes zouden gijzelen tot hij boven water kwam.

Wij doken dus Februari 1943 onder als gezin en wel in Wageningen, waar mijn grootvader burgemeester was. ‘Was’, letterlijk, want hij was afgezet, omdat hij geweigerd had de bevolkingsregisters met de namen van joodse inwoners te overhandigen. Hij is door de linies gevlucht en sloot zich aan bij de Prinses Irene Brigade. Wij hebben kort verbleven in het huis van onze grootouders. Intussen viel October 1943 een brandbom op ons huis in Enschede, waardoor het tot de grond toe afbrandde. Het grootouderlijk huis werd gevorderd vanwege het prachtige schootsveld over de Betuwe. Wij kwamen daar te wonen in de beneden aan de weg in de Westberg uitgegraven garage annex fietsenschuur. De boter raakte op en ik had middenoorontsteking, Engelse ziekte en een ondefinieerbare ‘melaatsheid’ over het hele lichaam. Mijn moeder, die wist dat zij in het huis van mijn grootouders op de berg in de kelder nog enkele pakjes boter had laten liggen, besloot mij als zielepiet mee te nemen om nog een pakje te halen. Een jonge luitenant liet zich vermurwen en liet ons binnen. Ik was verbijsterd over de rotzooi in het huis. Repen losgesneden uit de leren bank om fietsbanden mee te plakken , winkelhaken in stoelen en andere chaos. Al pratend met mijn moeder zette de luitenant zich achter de vleugel en speelde het langzame deel van de Mondscheinsonate van Beethoven. “Es ist grausam, (het is wreed)”, wist hij mijn moeder te vertellen………

Sindsdien heeft de Mondscheinsonate een speciale plek in mijn lievelingsrepertoire.

  

Verhaal van gedenken van Hermine Sievers

Herdenken

 

Op de begraafplaats in Dalfsen liggen 22 geallieerde vliegers die in de Gemeente Dalfsen omgekomen zijn. Eén daarvan is Flight Sergeant Joliffe.

Zijn vrouw was in verwachting van hun zoon Trevor toen het vliegtuig van haar man werd neergeschoten. Het was zijn 31ste missie, eigenlijk één teveel. Na dertig missies zou hij met verlof gaan maar toen een beroep op hem werd gedaan om nog één keer mee te gaan voelde hij dit als een plicht en die laatste missie werd hem fataal. Zijn vrouw heeft daardoor heel moeilijk over deze episode kunnen praten maar kwam wel om de paar jaar naar Dalfsen om op 4 mei de herdenking bij te wonen. Jan kwam met haar in contact en dat ging later over op haar zoon.

Vele jaren hebben wij met Trevor en Sheila, zijn vrouw, de herdenkingsdienst in de grote kerk in Dalfsen meegemaakt en de stille tocht naar de begraafplaats gelopen. De Ruitenborghstraat was dan aan beide kanten verlicht met waxinelichtjes.

Ook dit jaar zouden ze weer van de partij zijn maar door de omstandigheden kan dit helaas niet doorgaan.

Een hiermee verband houdende anekdote tot slot.

Ik was met de auto vooruitgegaan en stond op de stoet te wachten met de krans van de Joliffes. Op de pilaren bij de begraafplaats hangt een bordje “Oorlogsgraven Gemenebest”. Er stond een ouder echtpaar met een jongentje.

Die keek naar dat bordje en zei: “Oma, daar staat een fout, Dat moet zijn Gemene BEEST”

Hemiene Sievers-Oldenhof

 

 

Gerelateerd