1 mei 2020

Brief 6 van Fride Bonda

Geschreven door ruudgrabijn

Brief 6

Voordat mijn zoon naar Zweden gaat wil hij langs de graven gaan op het Russische ereveld, een deel van de begraafplaats in Amersfoort. De herdenking van oorlogsslachtoffers op 4 mei mist hij in Zweden. Het is eind april en hij vervroegt zijn avond van gedenken. Hij heeft het verhaal gelezen van een jonge man uit Amersfoort, die zich bekommert om de graven van deze Russische soldaten. Hij heeft families opgespoord en hen laten weten waar hun zonen, mannen, broers en vaders zijn begraven. Het programma Andere tijden heeft er acht jaar geleden een documentaire over gemaakt. De beelden gaan naar een huiskamer van een Russische oude vrouw, die een droevig lied zingt. Op de achtergrond zie je de foto van een jonge man, haar vader, die soldaat was en nooit meer terugkwam. Het is zo lang geleden, de oorlog en dat deze soldaten, vaak zonder naam, geëxecuteerd zijn of aan de ontberingen van kamp Amersfoort omkwamen. En ook al waren deze vrouwen kleine meisjes, het verhaal is deel van hun levensgeschiedenis. Door de speurtochten van de Amersfoortse man heeft de dood van hun vader een plek gekregen. Bij sommige graven ligt een bosje bloemen. Dat is van mensen die een graf hebben geadopteerd en er hun aandacht aan geven.

Stil lopen we langs de graven van de veel te jong gestorven mannen. Het is ook een deel van onze geschiedenis. Al te goed besef ik dat ik mijn hele leven van bijna zestig jaar in vrijheid leef. Ik weet niet wat het is om in schuilkelders te wachten tot de bommen zijn gevallen. Ik weet niet wat het is om mijn huis achter te laten en te vluchten omdat ik bang ben voor mijn leven of dat van mijn kinderen. Ik weet niet wat het is om in een kamp te wonen waar gebrek is aan alles.

Al vanaf september lezen we verslagen van 75 jaar bevrijding in Nederland. Fysieke festiviteiten gaan niet door.

Zo lopend langs de graven is het gevoel van vrijheid groots.

Fride Bonda

 

Karin Janze las met plezier het boek:

De Jongen, de Mol, de Vos en het Paard van Charlie Mackesy, vertaald door Arthur Japin.

In het boek komen de vier personages van de titel in tekeningen en woorden aan het woord. De tekeningen zijn minimalistisch, maar zo raak! Zo ook de woorden. Ik kan tijden naar een bladzijde kijken. De taal vind ik prachtig. Arthur Japin deed goed werk met zijn zorgvuldige en gevoelige vertaling.

De personages zijn allemaal anders, ieder heeft zijn eigen zwakte. Voor mij bij alle vier herkenbaar.

Prachtig wanneer de mol aan de jongen vraagt wat hij later worden wil. “Lief” zegt hij.

Het boek is zowel voor volwassenen als ook voor kinderen heel goed te begrijpen. Misschien haalt de een er wat anders uit dan de ander, maar doen we dat niet allemaal?

Ondertussen lezen onze kinderen en kleinkinderen het. Net als de bijbel moet je dit boek niet in één keer lezen. Af en toe tevoorschijn halen, een bladzijde opslaan en het op je laten inwerken. Een citaat geef ik mee:

“Ik hoop dat dit boek je aanmoedigt, misschien om onbevreesd te leven met meer liefde voor jezelf en voor anderen. En dat het je aanspoort om hulp te vragen als je het nodig hebt – wat altijd een moedig iets is om te doen”.

 

Mijmeringen onderweg van Dalfsen naar Roden van Nellie Beukema-Kremer

Harry en ik gaan sinds begin januari ieder week een dag naar Roden in Noord Drenthe om daar het een en ander te doen. Roden is bekend als “het dorp van Ot en Sien”. Het stond model voor het dorpje, waar de verhalen van Ot en Sien in de bekende leesboekjes van Jan Ligthart en H. Scheepstra zich afspelen. Scheepstra is geboren in Roden.

Onderweg naar Roden rijden we voor een deel langs binnenwegen. In de loop van de tijd veranderde het landschap van de winter naar de lente, het jonge groen kwam aan de bomen, de akkers werden geploegd, er wordt nog steeds volop gewerkt op het land. Hier en daar bloeiend koolzaad in de bermen.

Wat altijd hetzelfde blijft, zijn enkele kunstwerken van  Cees van Swieten (1948) uit Leersum, die we tegenkomen op onze route. Op de rotonde in Vriezerbrug staan en liggen enkele schapen, heel gemoedelijk. Hun lichaam bestaat uit een veldkei, kop en poten zijn van metaal. Het verassende is, dat ze er zo levensecht uitzien. Hetzelfde is het geval met de paardjes op en naast de rotonde in Donderen, die vrolijk in het rond lijken te draven.

We kijken er iedere keer met veel plezier naar.

Gerelateerd