Á LA CAMPAGNE
Door Anja van de Poppe
Vluchten kan niet meer ‘k zou niet weten hoe Vluchten kan niet meer ‘k zou niet weten waarnaartoe
Hoe ver moet je gaan?
Ik herinner mij een cartoon van Tjeerd Royaards ergens aan het begin van de schoolvakanties. Wacht, ik zoek ‘em gewoon even voor u op in het digitale krantenarchief van de Trouw:
Feest van herkenning, nietwaar?
We trekken of duwen de deur voor een paar weken hard achter ons dicht en laten de boel de boel.
Geen Trump, genocide, klimaat- of stikstofcrisis die onze welverdiende vakantie nog zal weten te verstoren.
We wandelen of rijden ‘gewoon’ onbezorgd de paden op de lanen in met stralend oog en blijde zin en goed gevulde tas. Of hoe luidde ook alweer dat oude schoolliedje?
Was het maar waar. Kon je maar wegvluchten voor al die ellende. Maar vluchten kan allang niet meer. Dat treurigstemmend liedje (mooi gezongen door Frans Halsema en Jenny Arean) kunnen we sinds de 70’er jaren wel op de herhaalstand blijven zetten.
Als toefje op onze vakantie hadden manlief en ondergetekende zich nog een paar rustige dagen in de Achterhoek toebedacht. In een tot vakantiewoning omgebouwde oude zondagsschool ergens in het buitengebied van Aalten.
Het huisje was een snoepje, met boeken van W.G. van de Hulst in een koffertje en oude zondagsschoolplaten aan de muur en ouderwets geknoopte smyrna kussens op de bank. Maar helaas, het huisje stond op de verkeerde plek: aan een doorgaande weg midden in agrarisch gebied. Met wat meer vooronderzoek hadden we dat natuurlijk kunnen weten, maar ja soms laat je je gewoon snel verleiden door de mooie plaatjes.
Vanaf de vroege morgen tot de late avond zoefden auto’s voor ons vakantiehuis langs, afgewisseld met zware tractoren en andere landbouwmachines waarvan de bestuurders zich niets aan de maximumsnelheid gelegen lieten liggen. De zich verpozende buitenlui en stadsmensen hadden zich maar naar hen en hun vervaarlijke machines te voegen door met gevaar voor eigen leven net op tijd in de berm te rijden of te springen.
Omdat we elkaar door al het lawaai buiten nauwelijks konden verstaan, verkasten we maar naar binnen, waar het gelukkig lekker koel was. Vanachter het raam gezeten, met uitzicht op
een akker, besloten we er maar het beste van te maken door onze landbouwkundige kennis met behulp van a i te testen en op te poetsen.
Vraag: welk gewas wordt op het land aan de overkant van de weg verbouwd?
Antwoord: aardappelen. Waarom ziet dat loof van de aardappelen er zo doods en verschrompeld uit? Het is geloofklapt of bespoten. Waarom is dat nodig? Dat maakt het rooien van aardappelen makkelijker en verbetert de kwaliteit van de aardappel.
Waarmee gebeurt dat? Met chemische middelen zoals carfentrazon-ethyl, pyraflufen-ethyl of pelargonzuur. Daarnaast zijn er ook mechanische methoden zoals looftrekken en elektrisch loofdoden met een geleidende vloeistof en elektriciteit.
Vormen die bestrijdingsmiddelen een gevaar voor de gezondheid? Ja, en dan met name voor de boeren en de bewoners in de omgeving.
Al googelend gingen we zo nog een tijdje door (de aardappelrooimachines zijn peperduur, de oogst lijkt dit jaar goed uit te pakken, maar de prijs die de boer voor zijn aardappelen krijgt is allerbelabberdst enz.). We kregen het steeds meer van doen met die hardwerkende boer en besloten voor de afwisseling maar een ijsje te gaan eten bij de theetuin van de boerin (extra inkomsten!) wat verderop.
Terwijl wij in de mooi aangelegde theetuin van ons ijsje genoten, hoorden we plotsklaps vanuit de nabijgelegen stallen een bloedstollend gekrijs komen. Wat er precies aan de hand was konden we niet zien omdat een grote haag ons het zicht op de stallen ontnam. Maar veel goeds kon het niet zijn! Het ijsje smaakte opeens niet meer zo lekker en ook de thee lieten we maar voor wat die was. Op weg naar huis werden we ingehaald door een enorme vrachtauto volgestouwd met varkens die een zekere dood tegemoet gingen. Morgen zouden ze waarschijnlijk al aan de vleeshaak hangen in het slachthuis.
En nu zit ik weer in mijn eigen vertrouwde stadse woning. Wat een rust aan onze autoluwe brink! Slechts een enkele voorbijganger passeert ons huis. En de enige dieren die ik hier tegenkom zijn de katten van de buren en de honden die geduldig en vriendelijk door hun baasjes worden uitgelaten. Wat een verademing om op weg naar de supermarkt zomaar een zebrapad over te kunnen steken met auto’s die netjes voor je wachten.
Maar het knagen begint (en zal ook wel niet ophouden) als ik daar gekomen een rek vol met aardappelen zie liggen en de karbonades voor een spotprijs in de vitrine.
