26 april 2020

5e brief Fride

Geschreven door ruudgrabijn

brief 5 over niet-vergeten

In deze stille tijden maak ik vaker een wandeling door de wijk waar ik woon. Ik kom door straten waar ik anders alleen fiets. Lopen is anders. Ik zie meer. Ik zie struikelstenen in de stoep, kleine zwarte vierkante blokjes, met daarin uitgehouwen, de namen van een gezin, weggevoerd naar de vernietigingskampen van de nazi’s en daar omgekomen. Iedere keer als ik zo’n steen zie moet ik even slikken om deze diepduistere gebeurtenissen in de geschiedenis van ons land en van Europa.

De stenen houden ons wakker, dat we de namen niet vergeten.

Eerder dit jaar zag ik op televisie een kort item over het archief en museum bij Auschwitz. Daar worden eigendommen verzameld van Joodse mensen die daar vergast zijn: koffers, schoenen, kleren.. ‘Koffers, zei een man, hebben veel persoonlijke gegevens. Vaak staat er een naam op en een adres, dan weet je waar mensen hebben gewoond’. Hij vertelt verder: ’Het was de bedoeling dat deze mensen vergeten zouden worden. Wij halen ze tevoorschijn uit het duister, om ze niet te vergeten. Achter ieder voorwerp is een persoon, met onze aandacht voor deze voorwerpen lukt het ons een persoon uit het duister te tillen’.

Struikelstenen, de aandacht voor persoonlijke voorwerpen, ze houden ons wakker om niet te vergeten wat er is gebeurd in de duistere uren van Europa.

Om niet te vergeten. Hoe schrijnend is het om mensen in overvolle vluchtelingenkampen te horen zeggen; ‘Ze zijn ons vergeten’.

Alles schrijnt als leven raakt aan gewelddadigheid en dood: de levens van de individuele mensen daar, de veelheid, de onmacht om iets te doen, de houding van overheden…

‘Met onze aandacht lukt het ons een persoon uit het duister te tillen’.

Wij horen de stemmen, dat is een vorm van aandacht.

Een collega van mij laat weten dat hij een brief schrijft naar de Tweede Kamer, ook andere organisaties laten hun stem horen. Zo kunnen langzaam inzichten verschuiven en groeit er ruimte in ons hart en in ons land om mensen nu, daadwerkelijk uit het duister te tillen, nu het nog kan.

Fride Bonda

Mijmeringen van Roelie Gasthuis in tijden van corona

Hier in de omgeving zijn er nogal wat coronapatiënten en zo via via horen we hoe ze het maken. We schrikken er erg van. Na een IC-opname zijn mensen er niet goed aan toe. Het herstel zal moeilijk zijn en lang duren.

Enkele bekenden van ons zijn aan corona overleden.

Ondertussen zeg ik heel eerlijk dat we de rust zo fijn vinden nu er niet meer gevlogen wordt.

Er is ook haast geen verkeer meer in onze straat en het zingen van de vogels voert nu de boventoon.

Zouden de vogels zelf ook doorhebben dat de situatie anders is?

Alles wat er anders is en nog anders gaat worden vraagt onze aandacht.

We moeten aan de slag om er zo goed mogelijk iets van te maken.

Natuurwaarnemingen van Ellis van der Zee;

 In onze tuintjes verandert veel. De groeikracht waarmee de plantenwereld zich ontwikkelt vind ik ieder jaar een belofte. In de tuin achter het huis zijn de knoppen aan de druivenranken zo fascinerend om dagelijks te volgen. Ze ontvouwen zich werkelijk prachtig.

Onder de druif staan lelietjes van dalen. In een paar dagen tijd van opgerolde groene spies uit de grond tot een blad met bloemstengel en al bijna bloempjes. De bloemetjes ruiken heerlijk. Ik ben ze pas bewust gaan zien nadat wij tijdens een vakantie in Frankrijk het volgende beleefden. In een dorp, het was 1 mei werd de Dag van de Arbeid gevierd. De zon scheen en op de vrije dag gingen velen naar buiten. In Frankrijk is er dan snel een heel genoeglijk ontspannen en feestelijk sfeertje. Kinderen, in ons geval een prinses van een meisje, liepen met kleine bosjes Lelietjes van dalen. Ze boden ze te koop aan. Ook monsieur et madame d’Hollande kochten een boeketje. Ik vond het een lieflijk gebaar. Terug op de camping kreeg het bosje een plaatsje in een glaasje.

Later vroeg ik mij af…waarom? Wikipedia schrijft dat in Frankrijk en België deze bloemen aan moeders en oma’s gegeven worden door (klein)kinderen op 1 mei. Dat de meeste moeders en oma’s hard werken is een gegeven maar de relatie met de Dag van de Arbeid…is voor mij nog niet helemaal gelegd.

Op 1 mei 1890 werd de eerste internationale Dag van de Arbeid gevierd met grote demonstraties voor de achturige werkdag in verschillende landen. Op het congres van de Tweede Internationale van 1891 werd besloten om er een jaarlijkse traditie te maken. Er waren 3 hoofddoelen bij de viering; strijd voor de achturige werkdag, pleiten voor andere arbeidsrechten, en voor het behoud van vrede.

Voor mij staan, sinds die vakantie in Frankrijk, de lelietjes van dalen voor een bedankje uit de natuur. Fijn dat ik werken kan en mag.

Gerelateerd